zondag 28 februari 2010

Weekendmuziek

Giacinto Scelsi - Aion 1


Field Music - In Context


Forbidden - Step By Step

zaterdag 27 februari 2010

4 mei 2010: Day Against DRM


De Free Software Foundation (FRF) heeft 4 mei 2010 uitgeroepen tot Day Against DRM. Op deze dag zal er door de FSF en zusterorganisaties wereldwijd aandacht worden gevraagd voor de problemen van digitale restricties op content. Op de website Defective By Design wordt een opsomming gegeven van een decennium met DRM-restricties, maar ook succesvolle protesten daartegen.



Field Music - Measure

Het nieuwe album Measure van Field Music zat deze week in het nieuwe muziekaanbod voor de bibliotheek. Na lezing van een uitstekende recensie op Kindamuzik was het besluit tot aanschaf snel genomen. En dat je het dan persoonlijk ook nog eens een waanzinnig album vindt is de spreekwoordelijke krent in de pap.



vrijdag 26 februari 2010

23 dingen #4: web 2.0

 Web 2.0 is het internet van lezen en schrijven, het ReadWriteWeb. Websites en diensten zijn zo ontwikkeld dat ze dynamisch zijn en, bijvoorbeeld in het geval van wiki's, openstaan voor contentbijdragen van gebruikers. Om aan deze voorwaarden te kunnen voldoen moet elke drempel die deelname belemmert worden weggenomen, zowel voor de ontwikkelaars als voor de gebruikers. Open standaarden dus.

Voor talloze op zichzelf staande diensten werkt dat al uitstekend. En uitwisseling ertussen is ook, zij het in bescheiden mate, mogelijk. Embedden van een Youtube-filmpje in een blog? Geen probleem. Integreren van een Twitter-feed in je gebruikerspagina op Facebook of LinkedIn? Zo geregeld. Je bent als gebruiker echter nog steeds verplicht om verschillende websites te bezoeken. Vanzelfsprekend kan je de tijd die je hieraan vroeger besteedde deels ondervangen met een goed functionerende RSS-feed, maar voor het lezen van bijvoorbeeld de comments bij een artikel is surfen naar de originele bronsite vereist.

Van de week las ik dankzij een tweet het artikel Coming soon: the disruptive molecular age of information. In het stuk voorziet de auteur een internet waarbij alle data (blogs, foto's, mp3's, tweets, etc.) in zodanige mate van tags voorzien zijn dat er altijd een koppeling tussen mogelijk is. Je kan je voorstellen dat content en gebruiker automatisch samenkomen, bijvoorbeeld op een netwerksite als Facebook. Op dit soort netwerksites vindt namelijk de interactie tussen de gebruiker met familie, vrienden, bekenden en collega's plaats. Het nieuwe internet draait daarom niet meer om websites, maar in toenemende mate om de plaatsen waar gebruikers en content samenkomen.En het bezoek aan dit soort sites stijgt explosief.

JESS3 / The State of The Internet from Jesse Thomas on Vimeo.


In het geval van een bibliotheek is het denkbaar dat er een bibliotheek-Facebookpagina (of ongeacht welke andere netwerksite) is die toegang geeft tot de catalogus of tot een feed met nieuwe aanwinsten. Vanzelfsprekend op basis van metadata van de content en gebruikersgegevens van de klant. Een stapje verder, maar allerminst onmogelijk, is het op basis van deze informatie aanbieden van links naar te lenen (digitaal) materiaal. Wanneer de infrastructuur hierin voorziet zijn de mogelijkheden eindeloos.

zondag 21 februari 2010

Digitaal muziekaanbod en persoonlijke touch


In mijn vorige blogpost Mag het downloaden iets menselijker ben ik niet ingegaan op de rol die de bibliotheek daarbij zou kunnen spelen. Dat spreekt voor zich, want muziek downloaden van een bibliotheekwebsite is momenteel nog niet mogelijk, tenminste niet op een in mijn ogen gebruiksvriendelijke manier. De muziek uit de catalogus van de Centrale Discotheek Rotterdam, ontsloten via Muziekweb, heeft DRM en is slechts beperkte tijd houdbaar. Consumentenervaringen uit het verleden hebben wel aangetoond dat dit een kansloze strategie is.

En dit is jammer, want zowel als gebruiker en als aanbieder weet ik dat het aanbod van de CDR uniek is. Toen de bibliotheek voor mij zo'n 15 à 20 jaar geleden de voornaamste bron van muzikale kennis was, maakte ik via een vriendelijke bibliothecaris, Dale Carr, kennis met de catalogus van de CDR. Uit een la onder de uitleenbalie van de bibliotheek in Groningen werd een dik boekwerk tevoorschijn gehaald dat voor mij geruime tijd de poort naar bestaande, maar tot dat moment door mij nimmer gevonden muziek zou zijn. Een soort muziekbijbel eigenlijk. De betrokkenheid van Dale maakte dat het zoeken naar muziek een waar avontuur werd, voor hem waarschijnlijk evenzoveel als voor mij. Resultaat was zelfs het organiseren van muziekavonden, waarbij we elkaar en anderen kennis lieten maken met onze collecties. Persoonlijk dus.

In de bibliotheek te Leeuwarden heb ik vandaag de dag dezelfde ervaring, maar dan als aanbieder. Nog steeds zijn bibliotheekgebruikers aangenaam verrast door het aanbod van de CDR. Het enige verschil is dat de catalogus zich niet meer bevindt in een boekwerk onder het bureau, maar op het web. En gebruikers stellen het ook (nog steeds) op prijs dat zij in hun zoektocht worden bijgestaan door een deskundig iemand, al ware het alleen maar om de euforie te delen wanneer die ene bijzondere opname aanwezig is. En het gebruik is onveranderd: van puur individueel tot het gebruik van opnames voor muziekavonden.

Mijn eerdere roep om meer menselijkheid is dus iets wat door de bibliotheek ingevuld wordt. Grote uitdaging is dan om te kijken of deze persoonlijke touch ook binnen (of naast?) een downloadservice gerealiseerd kan worden.

Mag het dowloaden iets menselijker?


Het internet opent muzikale deuren. Ik ontdekte dat toen ik begon met studeren en via nieuwsgroepen in contact kwam met mensen die mijn persoonlijke smaak deelden. Hierdoor werd ik geattendeerd op een fenomeneen dat ik slechts als buitenstaander kende: tapetraden. De werkwijze was simpel. Via een website, Tape Trader Network, konden contacten gelegd worden met gelijkgestemde zielen en werden lijsten met beschikbare muziek uitgewisseld. Vervolgens was er een ruilprincipe op van toepassing. Ik wil dit van jou en dan krijg jij dat van mij. Voor alle duidelijkheid: het betrof hier geen reguliere uitgaven, maar opnames van concerten, interviews, radioprogramma's etc. Officiële releases waren eenvoudigweg niet toegestaan.En, oh ja, alles op cassettes.
Via het network kon ik daardoor een ruime collectie van Frank Zappa- en Britse 70's progrock bootlegs opbouwen en deze vervolgens weer ruilen met andere verzamelaars. Elke keer als er weer een bubbeltjesenvelop op de deurmat plofte was weer een spannend feestje. Zou de opname zo goed zijn als beloofd? Was dit het concert van die langverwachte eerste keer dat nummer X of Y live uitgevoerd werd? Liet in dit interview de zanger echt het achterste van zijn tong zien?

Een band die op het Tape Trader Network ruimschoots vertegenwoordigd was, was The Grateful Dead. In een artikel in The Guardian van dit weekend worden zij aangehaald als visionairs van het web. Door hun fans, de Deadheads, te stimuleren in het opnemen van liveconcerten en deze met elkaar uit te wisselen, voorzag de band dat zij hiermee haar eigen promotie verzorgde. In tegenstelling tot het beperken van fans in hun uitwisseling van muziek trachtte de The Dead hen juist te prikkelen concerten te bezoeken, de meest waanzinnige live-opnames te maken en deze in omloop te brengen. De band spon vervolgens garen bij de verkoop van merchandise doordat concerten steevast uitverkocht waren. Geen tunnelvisie wat betreft het verkopen van albums dus, maar het bieden van een totaalervaring (fanmeetings, concerten, uitwisseling van bootlegs, merchandise én albumverkoop).

In hetzelfde Guardian-artikel wordt David Bowie aangehaald die in 2002 stelde dat muziek
"is going to become like running water or electricity"
Hij voorzag, met andere woorden, een wereld waarin muziek alomtegenwoordig zou zijn. Op elke plek, op elk moment de muziek waaraan iemand behoefte heeft. De opkomst van streaming diensten als Spotify en YouScrobble zijn hiervan sprekende voorbeelden.

Het overal kunnen krijgen wat je hebben wilt heeft voor mij echter ook een keerzijde. Er is namelijk niets leuker dan iets te vinden waarnaar je lang hebt moeten zoeken of moeite voor hebt gedaan. Of waaraan een persoonlijk verhaal of boodschap vastzit. Een puur menselijke eigenschap lijkt me.

Afgelopen weekend wisselde ik via Rapidshare muziek uit met een vriendin die ik lang niet meer had gesproken, maar met wie ik altijd een muzikale verwantschap deelde. Het werkte volgens het aloude principe ik iets voor jou en jij iets voor mij. Resultaat is dat we schitterend materiaal aan onze verzamelingen hebben toegevoegd, maar daar vanzelfsprekend ook over communiceren. Dat beetje menselijkheid zou ook opgenomen worden in al die innovatieve muziekdiensten. Alsof je een download ervaart als die op de deurmat neerploffende bubbeltjesenvelop.

Muziekservice Guvera: het merk is de zender


Wired trok mijn aandacht met het bericht Free, Ad-Supported Music … With a Twist. Onderwerp is de Australische muziekdienst Guvera en haar verdienmodel in het bijzonder. Guvera laat adverteerders namelijk hun merk verbinden met een muziekkanaal. Dit betekent dat een bepaald kanaal geheel is aangekleed met de uitstraling van het merk, maar daar staat tegenover dat er geen commercials worden vertoond. Luisteren zonder hindernissen dus, temeer daar het gebruik gratis is.
Voorwaarde voor het slagen van de dienst is vanzelfsprekend de bereidheid van merken zich in te kopen. Zonder merk geen muziek. De dienst wordt in de VS vanaf 30 maart gratis aangeboden aan in eerste instantie 100.000 gebruikers en heeft al flink wat startkapitaal opgehaald.

Interessant is natuurlijk de vraag in hoeverre niet-mainstream muziek binnen dit model een kans maakt en wel om twee redenen: ten eerste dient er een merk te zijn dat kapitaalkrachtig genoeg is een zender te 'branden' en ten tweede dient een nichepubliek haar weg te vinden naar een site die commercie met een grote C schrijft. Het is in ieder geval goed te zien dat de markt van vrije download- en streamingsites erg in beweging is.

zaterdag 20 februari 2010

Weekendmuziek

Johnny Cash - Ain't No Grave


Giacinto Scelsi - "Uaxuctum", Part One


György Ligeti - Lontano

vrijdag 19 februari 2010

ACTA for dummies


Internet Evolution heeft een artikel geplaatst waarin Cory Doctorow stap voor stap uiteenzet hoe ACTA (Anti-Counterfeiting Trade Agreement) tot stand is gekomen, waarheen het leidt en waarom het elke internetgebruiker treft. Een samenvatting daarvan, plus enkele ontwikkelingen die binnen Nederland spelen.


1. Wie?
Internationale copyrightverdragen werden altijd behandeld binnen het WIPO (World Intellectual Property Organization). Omdat deze organisatie gelieerd was aan de Verenigde Naties betekende dit dat bijeenkomsten openbaar waren. Naast vertegenwoordigers van de entertainmentindustrie, auteursrechtorganisaties en overheden konden hierdoor ook belangenverenigingen ten behoeve van privacy, internetrechten etc. hierbij als toehoorder danwel controleur aanwezig zijn. Nadat door kritische geluiden uit de laatste groep een voorgesteld verdrag sneuvelde besloot men de onderhandelingen achter gesloten deur te voeren.

2. Waarover?
In eerste instantie betreft ACTA het bestrijden van piraterij. Denk daarbij aan nagemaakte medicijnen, kleding of andere stoffelijke goederen. Gaandeweg het proces is het hieraan nauw verwante onderwerp copyright & het internet aan de orde gekomen. Critici stellen dat het oorspronkelijke uitgangspunt van ACTA door een lobby van de entertainmentindustrie gekaapt is.

3. Probleem?
Het begrip kopiëren betekent op het internet echter heel wat anders dan hetgeen in de auteurswet bedoeld wordt. Bijna elke handeling op het internet betreft namelijk het maken van een kopie. Dit zou betekenen dat alle vormen van informatie, uiteenlopend van kunst en cultuur tot sport, politiek en wetenschap tot het domein van copyrightwetgeving gaat behoren. Vanzelfsprekend staat dit de vrije verspreiding van kennis en informatie in de weg.

4. Regulering?
In tot op heden uitgelekte verslagen van de onderhandelingen wordt beschreven dat de ISP's (internet service providers) toezicht zouden moeten houden op het gedrag van hun klanten. Hierbij zou de zogenaamde three strikes-maatregel van toepassing moeten zijn: na het driemaal overtreden van de regels overtreden wordt de dader afgesloten van het internet. De consequenties hiervan zijn verstrekkend: wat als de vermeende overtreding op een school plaatsvindt? wat als de overtreding geen overtreding blijkt? En ongetwijfeld de meest discutabele: moeten bedrijven optreden als regulator?

 3. Stand van zaken?
Burgerrechtenorganisaties, leden van het Europees Parlement
en zelfs de Consumentenbond, hebben inmiddels aangegeven openheid te willen wat inzake ACTA besproken wordt. Als antwoord hierop volgt slechts de 'gerustelling' dat nationale afspraken op het gebied van auteursrechtovertreding niet met voeten getreden zullen worden. Gezien de verschillen per land op dit terrein lijkt dat een loze belofte. Inmiddels is ook duidelijk geworden dat binnen een verdrag gemaakte afspraken waarschijnlijk niet door een parlement teruggedraaid kunnen worden. In Nederland betekent dat bijvoorbeeld dat het al dan niet instemmen met een downloadverbod (Commissie Gerkens) door de afspraken binnen ACTA geen betekenis heeft. De Nederlandse parlementsleden lijken daarmee de dreigende consequenties van ACTA te onderschatten.

4. Hoe verder?
De eerstvolgende bespreking achter gesloten deuren vindt in april plaats in Nieuw-Zeeland. Hieraan lijkt weinig te veranderen. De recente afwijzing door het Europees Parlement van de Amerikaanse eis inzage te krijgen in Europese bankgegevens biedt gelukkig wat hoop. De vraag is echter hoe sterk de industriële lobby in Brussel al gevorderd is.

donderdag 18 februari 2010

23 dingen #3: Flickr

Om maar met de deur in huis te vallen: ik heb geen Flickr-account. Eigenlijk heb ik daarvoor maar één goede reden: ik ben geen fotograaf. Weliswaar heb ik enkele jaren geleden wel eens een poging gedaan me in te schrijven, maar ik werd gelijk al afgeschrikt door de verplichting een Yahoo-account aan te maken, alvorens er gebruik van Flickr kon worden gemaakt. Daar had ik geen zin in.

Dat neemt echter niet weg dat ik als niet-accounthouder geen gebruik van Flickr maak. Zo heb ik bijvoorbeeld drie jaar geleden voor een groep Duitse en Nederlandse collega's een presentatie gehouden waarin ik bepleitte dat het centrum voor kunsteducatie waarbij ik toen werkzaam was een mobiele digitale werkplaats zou moeten aanschaffen en exploiteren. Hiermee zouden we, voorzien van ons eigen instrument, net zoals een viooldocent miniviooltjes en een schilderdocent verf en kwasten, nieuwe media-onderwijs naar scholen brengen. Omdat wij nog niet over deze werkplaats beschikten moest ik ergens anders beeldmateriaal vandaan halen. Afgezien van enkele screenshots is al het materiaal afkomstig van Flickr. Dankzij presentatietool Slideshare onderstaand een weergave van de Keynote-presentatie die ik toen gaf.

Wat me nog te binnen schoot was het debat rondom de Obama-als-Joker-foto.


Deze foto, in Photoshop geconstrueerd door de 20-jarige student Firas Alkhateeb, werd door Flickr vanwege vermeende auteursrechtschending verwijderd. De vraag is echter nog steeds of dit terecht is. De Electronic Frontier Foundation denkt in ieder geval sterk te staan wanneer het gebruik onder de term fair use voor de rechter zou komen. Naar aanleiding van de controverse heeft Flickr wel haar beleid inzake het verwijderen van foto's aangepast.

Los hiervan toont het verder aan dat ook het hergebruik van bestaande materialen op sites als Flickr door al dan niet rechthebbenden met argusogen wordt bekeken.

dinsdag 16 februari 2010

Sociale netwerken & Suicide Machine


Een aantal weken terug nam ik het besluit afstand te nemen van mijn Hyves-account. Ik deed er al een tijdje niets meer mee en vond het een onprettige gedachte dat al mijn informatie nog wel voor een groep mensen zichtbaar was. Weliswaar had ik bewust gekozen voor de optie dat alleen 'vrienden' deze konden inzien, maar toch. Alsof er ook nog vrienden en bekenden in een door mij achtergelaten huis konden blijven rondlopen waar nog foto's en sticky notes aan de muur zouden hangen. Account opgezegd dus, alhoewel dat niet betekent dat mijn informatie ook van de servers van Hyves verwijderd is.

De enkele weken geleden ruimschoots in het nieuws gekomen Suicide Machine kan hier wel voor instaan (al staat Hyves-zelfmoord nog in de planning). De ophef rond de zelfmoordmachine had vooral te maken met het feit dat de ontwikkelaars van Facebook allerminst blij waren met de mogelijheid radicaal te kunnen ontfacebooken. Opzeggen van een account betekent hier namelijk ook dat alle ooit toegevoegde informatie nog op de servers van het bedrijf staat. Het script van de Suicide Machine moet daarom zelf zijn weg vinden op de servers van het betreffende sociale netwerk en alle aan het account gekoppelde informatie verwijderen. Facebook reageerde hierop als volgt:

"Facebook provides the ability for people who no longer want to use the site to either deactivate their account or delete it completely. Web 2.0 Suicide Machine collects log-in credentials and scrapes Facebook pages, which are violations of our Statement of Rights and Responsibilities. We've blocked the site's access to Facebook, as is our policy for sites that violate our SRR. We're currently investigating and considering whether to take further action."
De rechten van de gebruiker zijn, met andere woorden, ondergeschikt aan de gebruiksvoorwaarden van Facebook.

web 2.0 suicide machine promotion from moddr_ on Vimeo.

Hoe ik hier nu zo op kom? In het kader van een projectweek van het ROC Friese Poort hebben een collega en ik het voorstel gedaan in maart het radicaal ontvrienden in een mediawijsheidworkshop ter sprake te brengen. We zijn benieuwd naar de respons.

[update 1] Radio 1 zond 18 februari een kort item over de Suicide Machine & privacy uit. Terugluisteren vanaf 10.15 uur]
[update 2] Facebook excommuniceert WORM, producent van de Web 2.0 Suicide Machine]

zondag 14 februari 2010

Lawrence Lessig on the Google Book Search Settlement - "Static goods, dynamic bads"

Weekendmuziek

Emerson String Quartet - Bach Fugues


Calefax Reed Quartet


Nocturnus - Apostle of Evil


The Faceless - The Ancient Covenant

zaterdag 13 februari 2010

Best TED Talks On Tech: Sixth Sense

Waar ik in de vorige post linkte naar een filmpje over de verregaande mogelijkheden van Sixth Sense gaat het onderstaande filmpje over de introductie van de technologie. De video maakt onderdeel uit van de reeks Best TED Talks On Tech van de Huffington Post.

vrijdag 12 februari 2010

Pranav Mistry's Sixth Sense: waanzinnig

Wat een fantastische gedachte om het weekend mee in te gaan en te bedenken wat voor toepassingen ontwikkeld kunnen worden met de Sixth Sense technologie van Pranav Mistry. Bedankt Waag-blog. Alle ophef over iPad's en andere devices lijkt nu al zwaar achterhaald. En dan te bedenken dat de software open source wordt, waardoor iedereen ermee aan de slag kan. Dat is een heerlijk vooruitzicht.

Googles Liquid Galaxy



Als je toch eens op zo'n manier door de collecties van bibliotheken zou kunnen struinen. Ik werd erop geattendeerd door Edwin Mijnsbergen en vond het ook terug op de blog van De Waag.

Bibliotheekdiensten & de Google-cloud


Het zal weinigen ontgaan zijn dat er een verschuiving plaatsvindt van desktopgerelateerde diensten naar aanbod op het web: de zogenaamde clouddiensten. Het aanbod van Google, de Apps, is daarbij een van de grote spelers. Het is interessant om te zien hoe Google deze diensten in Nederland nu, via een overeenkomst met Surf, aanbiedt aanbiedt voor gebruik binnen het onderwijs. Naast de voordelen die cloudcomputing eigen zijn (extern onderhoud & veilige opslag) is het sterkste argument te kiezen voor Google het feit dat zij open standaarden ondersteunt. Dit, vanzelfsprekend, in tegenstelling tot rivaal Micrsosoft, die met Azure ook clouddiensten levert.

Wat zou het toch mooi zijn wanneer ook bibliotheken deze diensten aan hun aanbod zouden kunnen toevoegen. Gezien de economische malaise zijn bezuinigingen vrijwel onvermijdelijk. Het kiezen voor afstoten van dure desktoplicenties en daarmee, in Googles geval, inherent kiezen voor open standaarden, lijkt mij daarmee een onweerstaanbaar alternatief. En mocht het volledig overstappen op de cloud in eerste instantie een brug te ver zijn, dan is altijd mogelijk eerst warm te draaien met de aanstaande cloudversie van Open Office.

woensdag 10 februari 2010

The Muppets - Beaker's Ballad

Door Boinboing werd ik gewezen op onderstaande Muppetvideo, waarin het schaamteloze beoordelingsgedrag van een bepaalde groep Youtubekijkers op hilarische wijze op de hak wordt genomen.

23 dingen #2: RSS



Enkele jaren geleden maakte ik vrij intensief gebruik van Netnewswire. Om onduidelijke redenen ben ik hier op gegeven moment toch mee gestopt. Sterker nog, het gehele RSS-gebeuren heb ik een tijdlang volkomen langs me heen laten gaan. Met behulp van emailnieuwslijsten en gebookmarkte sites had ik het gevoel m'n honger naar nieuws voldoende te stillen.
Sinds ik echter gebruik maak van een iPhone (of ongeacht welke andere smartphone denk ik) heb ik RSS herontdekt. Met de uitstekende Google-app MobileRSS ben ik razendsnel op de hoogte van de updates van vooral bloggers die ik volg. En door de integratie met Twitter en een goede url-verkorter kan ik berichten met een druk op de knop doorplaatsen naar m'n Twitter-account.
Mede door de gebruiksvriendelijkheid van deze mobiele app ben ik ook RSS op de computer weer meer gaan gebruiken. Netnewswire heb ik echter verruild voor Google Reader, eenvoudigweg omdat ik de integratie met m'n webbrowser prettiger vind werken dan elke keer een aparte applicatie te moeten opstarten. Een widgetachtige oplossing als Netvibes bevalt me totaal niet. RSS-feeds zie ik het liefst ontdaan van alle franje. En widgetpagina's op een apparaat als de iPhone voldoen in het geheel niet aan die wens.

maandag 8 februari 2010

Open Library, de ultieme internetbieb



Het onvolprezen Internet Archive is initiatiefnemer van de Open Library. Ik was er vanaf gisteravond nog niet bekend mee, totdat ik een tweet van Edwin Mijnsbergen las. Doelstelling van het project is een webpagina per ooit uitgebracht boek te realiseren. Tot op heden is er informatie over 30 miljoen boeken bij de makers terechtgekomen, waarvan 20 miljoen al via de site vindbaar is. Vanzelfsprekend moet een zodanige digitale bibliotheek voldoen aan zware technische eisen. Daarom is er een volledig nieuwe databasestructuur ontwikkeld. Gebruikers, uiteenlopend van individuen tot bibliotheken, kunnen gebruikmaken van een wikistructuur om informatie toe te voegen of aan te passen. De betiteling open heeft daarom betrekking op de onderliggende software, de data, de documentatie en toegang tot de site. En dat is prijzenswaardig.

[update 8 februari 21:21: Ik was één van de belangrijkste pluspunten van de Open Library vergeten te noemen. Ondanks de initiatieven die onder andere Google ontplooit op het gebied van massadigitalisering- en ontsluiting lijkt het me logischer dat een openbare (internet)bibliotheek wordt beheerd door een onafhankelijke non-profit instelling dan door een commerciële partij].

zondag 7 februari 2010

Weekendmuziek

Terugkijkend op het afgelopen weekend kan ik het muzikaal als volgt samenvatten:

Rush - Red Barchetta


Anthrax - Keep It In The Family


Spem in Alium non habui - motet for 40 voices, P. 299 Thomas Tallis


Eugene Chadbourne - The Girl from Al Qaida


Frank Zappa - Dirty Love (Philly '76)


Op naar volgend weekend!

Software in de bibliotheek: terug naar de basis

Over al het aanbod in de bibliotheek wordt goed nagedacht. Aanschaf van boeken, cd's, dvd's etc. gebeurt op basis van allerlei criteria, uiteenlopend van populariteit van een titel tot de demografische samenstelling van het klantenpotentieel. Dit bezit verandert voortdurend en dat is logisch want zowel aanbod als klanten zijn aan verandering onderhevig. In dat opzicht vind ik het opmerkelijk dat het aanbod van persoonsgerichte computerdiensten niet of nauwelijks vernieuwd wordt. Hiermee bedoel ik toepassingen die klanten voor zichzelf kunnen gebruiken, zoals een webbrowser, officediensten, software voor beeld en geluid etc.

De reden waarom ik me hierover verbaas is dat vrije toegang tot het internet van oudsher een belangrijke rol in het bibliotheekwezen vervult. Op de één of andere manier schijnt ons echter toch ontgaan te zijn dat ook de wereld van de desktop verandert. Naar mijn weten gebruikt een zeer ruime meerderheid van de Nederlandse bibliotheken voor voornoemde persoonsgerichte diensten gesloten software. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat hieraan, behalve leveranciersafhankelijkheid, een beleidsmatige keuze aan ten grondslag ligt. Gesloten software is namelijk leveranciersafhankelijk en daarmee relatief duur (commerciële licenties). Daarnaast is het aan de producent ervan te bepalen wanneer er een update nodig is. Vaak moet hiervoor betaald worden. En omdat de broncode van de software niet toegankelijk is kunnen er geen individuele aanpassingen aangebracht worden.

Het is vandaag de dag uitstekend mogelijk deze gesloten diensten te vervangen voor open software, uiteenlopend van enkele programma's tot volledige besturingssystemen. Ikzelf vond het persbericht dat de openbare bibliotheek van Boom (België) liet uitgaan erg aardig. Daarnaast opent het mogelijkheden voor het zelf (verder) ontwikkelen van specifieke software. Tijdens de studiemiddag Open Source in de Informatievoorziening werd bijvoorbeeld de open source bibliotheekcatalogus Koha en het CRM systeem Sugar gepresenteerd. Illustratief vond ik dat enkele vertegenwoordigers van aanbieders van gesloten software publiekelijk toegaven onder de indruk van de systemen te zijn. Dat zal mede ingegeven zijn door het feit dat ook professionele ondersteuning voor open source software geleverd kan worden.

Ikzelf zie daarom geen enkele reden het huidige aanbod eens kritisch onder de loep te nemen en terug te gaan naar de basis: waarom bieden we individuele digitale diensten aan, hoe richten we deze in en welke passen het best bij de doelstellingen van de bibliotheek:
The Public Library is the local centre of information, making all kinds of knowledge and information readily available to its users.
The services of the public library are provided on the basis of equality of access for all, regardless of age, race, sex, religion, nationality, language or social status. Specific sevices and materials must be provided for those who cannot, for whatever reason, use the regular sevices and materials, for example linguistic minorities, people with disabilities or people in hospital or prison.

All age groups must find material relevant to their needs. Collections and sevices have to include all types of appropriate media and modern technologies as well as traditional materials. High quality and relevance to local needs and conditions are fundamental. Material must reflect current trends and the evolution of society, as well as the memory of human endeavour and imagination.
Collections and services should not be subject to any form of ideological, political or religious censorship, nor commercial pressure.
(Unesco Public Library Manifesto)

Ach, en geheel in de open source gedachte: waarom dan niet een presentatie van iemand anders aanhalen om het nog eens de revue te laten passeren?


The Evolution of Remix Culture

Een tweet van Lawrence Lessig maakte me attent op het onderstaande filmpje waarin de evolutie van de remixcultuur uiteen wordt gezet. De volgende stappen worden onderscheiden:

1. remixen als individuele expressie
2. remixen als "social creativity"
3. remixen als communicatiemiddel tussen verschillende sociale groepen

Conclusie van de maker is dat een te strenge wetgeving inzake copyright bovenstaande drie fases en daarmee een geheel hedendaagse vorm van expressie onmogelijk maakt.

OpenOffice in de bibliotheek

Een korte rondgang op het web leert dat er meerdere bibliotheken zijn die de waarde van OpenOffice inzien. Bijvoorbeeld:

Openbare bibliotheek in Vancouver
Skokie Public Library
Birmingham Public Library
Minneapolis Public Library
Brown Public Library
Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen
Ubuntu op computers in Boom, België

En dan stuit je ineens ook op een eeuwenoude blogpost waarin een hartverwarmend pleidooi voor de omarming van open source-software door bibliotheken wordt gehouden.

Jammer om te moeten concluderen dat Nederlandse bibliotheken in de zoektocht geheel buiten beeld blijven. Je zou toch verwachten dat in een land met een zo hoge breedbandpenetratiegraad de acceptatie van open source-software veel hoger zou zijn. Des te meer een reden voor bibliotheken om hierin een stimulerende rol te spelen.

[update 8 februari 15:57: onderzoeksgegevens gebruikersonderzoek kantoorapplicaties in Europa.]
[update 8 februari 16:57: Has the Irresistible Rice of OpenOffice.org begun?

zaterdag 6 februari 2010

Pleidooi voor Open Document Format in de bibliotheek

Afgelopen week bezocht ik de studiemiddag Open Source in de Informatievoorziening. Onderdeel van de algemene introductie was uitleg over het Actieplan Nederland Open in Verbinding (NOiV). Kern van het actieplan is dat (semi)overheidsinstellingen moeten voldoen aan de principe "pas toe of leg uit". Dit moet resulteren in het toepassen van open standaarden of het uitleggen waarom dat niet mogelijk is. Eén van de bekendste toepassingen van het actieplan is dat de (rijks)overheid intern en extern communiceert met behulp van het Open Document Format. Deze zogenaamde open standaard heeft betrekking op tekstbestanden en wordt ondersteund door onder andere OpenOffice.org en Lotus Symphony. Ook de in populariteit toenemende cloudapplicaties als Googledocs ondersteunen ODF. Dit zijn, in tegenstelling tot het alom aanwezige Microsoft Word, gratis te gebruiken tekstverwerkingsprogramma's. Uitgebreide Nederlandstalige informatie over gebruik en toepassing van het ODF staat op de site van de OpenDoc Society.

Tot mijn grote teleurstelling maken bibliotheken geen onderdeel uit van de instellingen waarop het actieplan betrekking heeft. En dat terwijl bibliotheken grotendeels afhankelijk zijn van overheidsfinanciering. Daarnaast staan bibliotheken van oudsher voor de vrije verspreiding van informatie. Het inherente karakter van een pakket als Microsoft Office staat hier recht tegenover. Ten eerste duur is het duur in het gebruik en ten tweede maakt het gebruik van een gesloten standaard (.doc of .docx). Deze geslotenheid staat vrije informatie-uitwisseling in de weg. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat nieuwe versies van Microsoft Word oude versies en hierin opgemaakte bestanden niet meer ondersteunen, mits het programma (tegen betaling) geupgrade wordt.

Het behoort mijns inziens tot de taak van bibliotheken haar gebruikers hierover te informeren en tevens het goede voorbeeld te geven. Dat betekent dat bibliotheken stoppen met geld uitgeven aan een pakket als Microsoft Office en een gratis alternatief aanbieden. Mijn ervaring bij een gemeente heeft geleerd dat dit nauwelijks tot problemen leidt. Daarnaast maken bibliotheken zich sterk voor het informeren over het sociale web. Peiler van het slagen van web 2.0 is het gebruik van open standaarden. In de informatievoorziening richting de klant behoort daarom het benoemen waarom deze standaarden onmisbaar zijn. Een stok achter de deur in de vorm van het Actieplan zou daarbij helpen. De VOB zou deze handschoen daarom moeten oppakken en toenadering zoeken tot het programmabureau NOiV.

vrijdag 5 februari 2010

23 dingen #1

Omdat medewerkers van Nederlandse bibliotheken zich de ins en outs van het sociale web eigen moeten maken is enige tijd geleden besloten 23 dingen aan hen aan te bieden. Als relatief nieuwe telg in de bibliotheekfamilie volg ik de cursus nu ook. De eerlijkheid gebiedt daarbij wel te zeggen dat ik al (geruime tijd) bekend ben met (de meeste) van de dingen. Ik zal daarom proberen op kritische wijze te beschrijven wat mijn ervaringen ermee zijn.